Na twee weken rondtrekken in het Noorden van Vietnam, was mijn liefde voor de lokale keuken eerlijk gezegd een beetje bekoeld. Dit is nog heel welvoeglijk uitgedrukt. De pho en de com kwamen mij de strot uit.

Het zal een combinatie geweest zijn van de armoede van onze Vietnamese woordenschat en die van de regio waarin we rondreisden, maar ons eetpatroon kende weinig variatie: ’s ochtends pho (noedelsoep), ’s middags pho en ’s avonds com (rijst). Bij de rijst kregen we waterspinazie, bamboe met basilicum en (we hadden dan ook nog eens een vegetariër in de groep – we maakten het ook niemand makkelijk) tofu in tomatensaus of een gebakken eitje. De landschappen maakten ruimschoots alles goed, dat moet gezegd.
Terug in Hanoi, moest ik mezelf dan ook even oppeppen toen het moment daar was om een kooklesje te fixen. Maar uiteraard is de Vietnamese keuken zoveel meer dan pho en com, die trouwens ook niet te versmaden zijn zolang je ze maar niet 14 dagen achter elkaar 3 maal daags op je bord krijgt.
Het marktbezoek en de les wakkerden mijn enthousiasme weer helemaal aan. De genialiteit in de Vietnamese keuken zit ‘m in de versheid. Op de markt zijn nergens koelsystemen te bespeuren (tenzij wat ijs hier en daar). Toch ruikt het ook in de slagersregionen fris (naar vers vlees). Het varkentje wordt ’s ochtends geslacht, alles wordt versneden en verkocht. Als tegen 11u alles op is, wordt er opnieuw eentje geslacht, en zo verder. De kruiden worden ’s ochtends geplukt, de noedels worden de hele dag door vers aangeleverd van net buiten de stad.
Ik heb even nagedacht over een Vietnamees gerecht dat, de spirit van lokaal en vers indachtig, ook overleeft in België, dus niets met 101 exotische ingrediënten die je in de Aziatische supermarkt moet gaan halen. Eentje dat het mits wat aanpassingen volgens mij goed doet is de ‘Banana Flower salad’.
Banana Flower salad:
dit heb je nodig voor 4 personen
(als bijgerecht, of met wat gegrilde vis of kip als hoofdgerecht)
voor de salade
1 komkommer, geschild en zonder zaadjes (dit ter vervanging van de banana flower)
100 gr sojascheuten
1 wortel
2 stengels groene selder
100 gr pinda’s
50 gr sesamzaad
een handvol koriander
voor de dressing
2 el rijstazijn
1 el suiker
1 el vissaus
1/2 el zout
1 el limoensap (of citroensap)
2 kleine teentjes look
1 rode chili
zo maak je het
Snijd de komkommer, wortel en selder in fijne reepjes. Je kan ze ook fijn raspen. Meng dit met de sojascheuten.
Rooster de pindanoten in een droge pan, doe daarna hetzelfde met de sesamzaadjes. Als de pindanoten zijn afgekoeld, hak je ze een beetje fijner.
Meng voor de dressing de azijn, vissaus, limoensap, suiker en zout. Roer tot de suiker en het zout zijn opgelost. Snijd de look in fijne schijfjes en voeg bij de dressing. Snijd de rode peper in de lengte open, haal de zaadjes er uit, en versnijd de rest in fijne blokjes en voeg bij de dressing.
Giet de dressing over de groenten, meng goed. Werk af met de pindanoten, koriander en sesamzaad. Mocht je nog ergens in een kast gefrituurde ajuintjes hebben liggen (type bicky-ajuintjes), zwier je die er zeker ook nog bovenop.
Hoewel er geen banaanbloem te bespeuren valt, zou ik de benaming zeker aanhouden, kwestie van de frivoliteit niet verloren te laten gaan.





